Visie Gezinshuiscoaching

ZOVEEL MOGELIJK KINDEREN IN EEN GEZIN LATEN OPGROEIEN
Dit belangrijke uitgangspunt van de Jeugdwet is cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. Tegelijkertijd heeft het uitvoeren van dit uitgangspunt flinke consequenties voor de invulling van jeugdzorg. Er zullen meer kinderen geplaatst moeten worden in gezinshuizen. In veel gevallen is dat immers het alternatief voor het leven binnen een leefgroep.
 
Een gezinshuis is een natuurlijk systeem, waarin een zo gewoon mogelijk gezinsleven centraal staat. Gezinshuisouders zetten hun eigen gezinsleven en sociaal netwerk in als hulpverleningsvorm. Ze zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg, opvoeding en begeleiding van jeugdigen (andermans kinderen) met complexe problematiek. Deze kinderen hebben veelal eerder in hun leven beschadigende ervaringen opgedaan. Een gezinshuisouder is dus zowel ouder als professioneel opvoeder en is daarmee ‘een professionele ouder’ die transparant en open is.
Een gezinshuis biedt een opvoedingsklimaat waarin de kracht van het gewone leven een belangrijke rol speelt. Vanuit die kracht leren kinderen hoe ze hun leven vorm kunnen geven en ontstaat meer ruimte om vanuit eigenheid en op een gezonde manier te ontwikkelen.

Het gewone leven is geen klinische setting. Gezinshuisouders kunnen onmogelijk 24 uur per dag hun pedagogisch verantwoorde pet op hebben. Vanuit eindverantwoordelijkheid voor een kind is het voor zorgaanbieders spannend om kinderen in een gezinshuis te plaatsen. Goede ondersteuning en structurele begeleiding van gezinshuisouders, waarbij vanuit verschillende invalshoeken wordt meegekeken met de gezinshuisouders kan bijdragen aan het vertrouwen in en kwaliteit van het gezinshuis.
 
Hieronder is een visie geformuleerd met betrekking tot de manier waarop gezinshuizen het beste ondersteund kunnen worden. Deze visie is gebaseerd op jarenlange ervaring in de ondersteuning van gezinshuisouders.

VAKINHOUDELIJKE ONDERSTEUNING
Kinderen met complex trauma, hechtingsstoornissen en andere (gedrags)problematieken opvangen in een gezinssituatie vraagt heel veel van gezinshuisouders. Vakinhoudelijke kennis op het gebied van pedagogiek en de problematieken van deze kinderen vormt een solide basis. Het is daarbij van belang dat deze kennis doorlopend wordt uitgebreid en verdiept. Hiervoor zijn binnen het werkveld vakkundige orthopedagogen, gedragswetenschappers en trainers/opleiders aan het werk.
 
ONDERSTEUNING OP VITALITEIT
Er is echter meer nodig om gezinshuisouders te ondersteunen in hun vak. Het 24 uur per dag leveren van zorg in je thuissituatie, vraagt nadrukkelijk om een enorme portie vitaliteit.
Vanuit verschillende hoeken wordt daarop een beroep gedaan, zoals:
  • De positie en levensgeluk van eventuele eigen kinderen
  • Het gedrag van een kind vanuit de hechtingsproblematiek
  • Onderlinge relatie tussen de gezinshuiskinderen
  • Veiligheid van kinderen en jezelf
  • De eigen partnerrelatie
  • De organisatie van het gezinshuis
  • Samenwerking met zorgaanbieder of gemeente (eindverantwoordelijke voor de zorg)
  • De samenwerking met voogden en andere partijen
  • Het beroep dat de geplaatste kinderen doen op eigen levensvragen
  • Het omgaan met (ernstige) ziekte of andere ingrijpende levenssituaties
  • Last but not least: het ondernemerschap
Dit alles bij elkaar vraagt om een duidelijke en heldere positie voor gezinshuisouders met een combinatie van ondersteuning en eigen regie. Waar het zelfstandig ondernemerschap een aanslag op vitaliteit kan zijn, draagt het daar vooral ook aan bij. Het geeft eigen regie. Zonder regie staan gezinshuisouders niet stevig genoeg binnen het krachtenveld om hun werk op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. Bovendien betekent ondernemerschap het nemen van eigen verantwoordelijkheid en is daarmee een waardevol voorbeeld voor de kinderen.
 
ONDERSTEUNING BIJ PROFESSIONELE NABIJHEID
Een belangrijke bijdrage aan de kracht van het gewone leven wordt geleverd door de kwetsbaarheid van gezinshuisouders. Door het niet-perfect willen zijn, laat een gezinshuisouder aan een kind zien dat dat mag en daarmee wordt er ruimte in hun relatie gecreëerd. Vanuit kwetsbaarheid wordt er contact gemaakt. Wanneer een gezinshuisouder zichzelf niet kan zijn en/of in de overlevingsstand staat, zal een kind die stand zeker niet verlaten.
 
Het gewone leven is een speciale pedagogische techniek en vraagt om:
  • Empathie
  • Onvoorwaardelijke acceptatie
  • Congruentie
  • Betrouwbaarheid
Daarmee wordt professionele nabijheid gecreëerd: op een verantwoorde manier dichtbij en gelijkwaardig aan het kind staan en tegelijkertijd zorgverantwoordelijkheid nemen. Het kunnen bieden van professionele nabijheid vraagt om doorlopende begeleiding in een setting met veel veiligheid.
 
ONDERSTEUNING BIJ PARALLELLE PROCESSEN
Een punt dat nog explicieter aandacht verdient, is de ondersteuning en bewustwording waar het gaat om parallelle processen: de overeenkomsten tussen wat er bij een kind gebeurt en het eigen proces van een gezinshuisouder.
 
Een hulpverlener kiest in veel gevallen bewust of onbewust voor het vak vanuit trauma of problemen uit het eigen verleden. Deze bagage zorgt vaak voor een groot talent om echt aan te sluiten bij een cliënt. Tegelijkertijd is er de valkuil van projectie van de eigen situatie op die van de cliënt. Op één of andere manier krijgt een hulpverlener meer dan gemiddeld cliënten die aanhaken bij het eigen proces. Bij gezinshuisouders komt deze confrontatie met zichzelf de privésituatie binnen en dat kan heel intens zijn. Los van wat dat met henzelf doet, is het van belang om bewust te zijn van de invloed van het eigen voorbeeld op de ontwikkeling van de kinderen in het gezinshuis. Een kind naar een pijnlijk verleden laten kijken lukt niet wanneer een gezinshuisouder daar zelf met een grote boog omheen gaat. Regie nemen in het leven kun je een jongere alleen leren, wanneer je dat zelf ook doet. Getraumatiseerde kinderen zijn zeer gevoelig voor incongruentie.
 
Professionaliteit begint bij het willen onderkennen van deze parallelle processen en het blijvend bewust maken van wat er allemaal speelt.
 
 
GEZINSHUISCOACHING
Gezinshuiscoaching is een beproefd middel om gezinshuizen te ondersteunen waar het gaat om vitaliteit en professionele nabijheid. Hierbij is het van belang dat de coach onafhankelijk is. Het is de enige partij in en rondom het gezinshuis die het welzijn van de gezinshuisouder(s) als enig belang heeft. Het welzijn van de kinderen is daarvan een directe afgeleide.
 
Het is een neutrale partner, de persoon met de witte vlag, die meekijkt en denkt en reflecteert op wat er binnen het krachtenveld rondom de gezinshuisouders gebeurt. Dit biedt de mogelijkheid om dieper te kijken naar de eigen kwetsbaarheid, zonder dat dit gevolgen heeft voor de pedagogische samenwerking met bijvoorbeeld een zorgaanbieder.
Wat bijdraagt om tot dat diepere niveau van reflectie te komen, is een duurzame begeleidingsrelatie, zodat vertrouwen opgebouwd kan worden. Daarnaast gaan gezinshuisouders ervaren dat ze op hun begeleider kunnen terugvallen.
 
Tot slot is van belang dat de begeleidingsrelatie is gebaseerd op dezelfde principes (empathie, onvoorwaardelijke acceptatie, congruentie en betrouwbaarheid), waarmee de gezinshuisouders de kinderen benaderen. Daarmee wordt professionele nabijheid gecreëerd en de mogelijkheid om vanuit gelijkwaardigheid de gezinshuisouder(s) in hun kracht te zetten.
Het vorenstaande vraagt eerder om een coachingsrelatie dan om, bijvoorbeeld, supervisie. Het vraagt om een begeleider, die ervaring heeft met gezinshuizen en weet hoe het krachtenveld werkt. Die het vak verstaat en zich beperkt tot het coachen van gezinshuisouders in het professionele handelen. Hierbij hoort nadrukkelijk niet het geven van pedagogische adviezen.
 
Ervaring leert dat het voor gezinshuisouders een grote toegevoegde waarde heeft, dat ze een coach hebben die er alleen voor hen is en waar ze door de jaren op kunnen terugvallen. Gezinshuisouders voelen zich gesteund en komen daardoor steviger in hun professionaliteit te staan. Die stevigheid biedt rust binnen het gezinshuis en ruimte voor het gewone leven.